Je legt de documenten en gegevens vast die je hebt gebruikt om aan je cliëntenonderzoeksverplichtingen te voldoen (art. 33 lid 1 Wwft): de identiteit van de cliënt en de wijze van verificatie, de vertegenwoordiger, de UBO en de zeggenschapsstructuur, de registratiegegevens bij rechtspersonen, het doel en de aard van de relatie en de beoordelingen uit het risicoprofiel.
Let op de afbakening: het gaat om gegevens die je hebt gebruikt, niet om alles wat tijdens de onboarding binnenkomt. Wat je niet nodig had, mag je vanwege dataminimalisatie vaak ook niet bewaren. Dat speelt vooral bij zakelijke cliënten: de identificatieplicht richt zich op de cliënt, de vertegenwoordiger en de UBO, niet op iedere contactpersoon.
En bewaren is meer dan archiveren: art. 33 lid 4 en 5 Wwft eist systemen waarmee je onverwijld en volledig, via beveiligde kanalen, kunt reageren op vragen van FIU-Nederland en je toezichthouder.